De Wereld als schoolplein, het recht van de sterkste in een tijdperk zonder toezicht

Internationale betrekkingen worden vaak gepresenteerd als een complex, driedimensionaal schaakspel, vol subtiele diplomatie en hoogstaande strategieën. Maar als we eerlijk naar de wereld van maart 2026 kijken, met een openlijk conflict in het Midden-Oosten en het definitieve einde van de nucleaire wapenbeheersing, is die vergelijking veel te flatteus. De huidige geopolitieke realiteit lijkt eigenlijk op iets veel simpelers, en tegelijkertijd veel bruter: een middelbare schoolplein tijdens de grote pauze. Alleen is er één cruciaal verschil met vroeger: de leraren zijn naar binnen gegaan, de deuren zijn op slot, en er is niemand meer die toezicht houdt.

De afwezige toezichthouder en het einde van de spelregels
Tientallen jaren lang hadden we een vorm van pleinwacht. Dat was de “Op Regels Gebaseerde Wereldorde” (Rules-Based International Order). Instituten zoals de Verenigde Naties, het internationaal recht, de Wereldhandelsorganisatie en verdragen zoals het onlangs gesneuvelde New START, fungeerden als de leraar met het gele hesje. Ze konden niet elke ruzie voorkomen, maar ze bepaalden wel wat absoluut niet mocht. Als je de regels overtrad, kreeg je straf (sancties, isolatie).

Vandaag de dag is het internationale recht gereduceerd tot een suggestie. Zonder een onafhankelijke macht die de regels kan en wil afdwingen, vervalt het systeem naar de oudste wet van de mensheid: het recht van de sterkste. Wat we nu zien, is puur Darwinisme op staatsniveau.

De hiërarchie van het klimrek
Op een onbewaakt schoolplein bepalen de sterkste kinderen de pikorde en dicteren ze de regels. In onze huidige wereld zijn de rollen als volgt verdeeld:
– De oude baas op het plein (De VS): Jarenlang was de Verenigde Staten de onbetwiste baas. Ze bepaalden wie met wie mocht spelen en deelden de klappen uit als iemand te ver ging. Maar de VS is vermoeid. Ze moeten nu tegelijkertijd ingrijpen bij de fietsenrekken (het Midden-Oosten), het grasveld (Oost-Europa) en het klimrek (Azië). Hun dominantie brokkelt af, en iedereen ruikt dat.
– De uitdager (China): De rustige, maar fysiek steeds sterkere leerling die de afgelopen decennia stilletjes een enorme aanhang heeft opgebouwd. Ze zoeken (nog) niet direct de vechtpartij op, maar delen wel het schoolplein opnieuw in door overal lucratieve dealtjes te sluiten en infrastructuur aan te leggen. Ze wachten geduldig tot de oude baas struikelt.
– De ruziezoeker (Rusland): De leerling die weigert de oude regels te accepteren, simpelweg de zandbak is binnengestormd en is gaan slaan. Door de grenzen van agressie extreem op te rekken en te dreigen met de meest extreme middelen, testen ze constant of er überhaupt nog consequenties zijn.

Kliekjesvorming en beschermingsgeld
Wanneer er geen leraar is om je te beschermen tegen de pesters, heb je als kleinere leerling maar twee opties: je wordt een slachtoffer, of je sluit je aan bij een gang. Dit is exact wat we nu wereldwijd zien gebeuren. Het middensegment van de wereld (de zogenaamde middle powers en het Globale Zuiden) is koortsachtig op zoek naar veiligheidsgaranties. Landen vormen nieuwe kliekjes of versterken oude. We zien een scherpe polarisatie tussen westerse allianties en de snel uitbreidende BRICS+-landen. De niet-gebonden landen proberen wanhopig vrienden te blijven met de sterkste partijen, in de hoop dat hun “lunchgeld” (grondstoffen en soevereiniteit) niet wordt afgepakt door een van de grootmachten.

Vechtpartijen en escalatie
De recente en aanhoudende geweldsspiraal tussen de VS/Israël en Iran is het perfecte voorbeeld van hoe gevaarlijk dit onbewaakte plein is. Er is een ruzie uitgebroken, en in plaats van dat een autoriteit de partijen uit elkaar haalt, staan de andere grote kinderen eromheen. Ze moedigen hun favoriet aan, gooien stiekem boksbeugels en knuppels (wapenleveranties, inlichtingen, proxy-milities) in de ring en hopen dat hun eigen rivalen verzwakt raken door het gevecht. Omdat niemand bang is om naar de rector te worden gestuurd, de VN-Veiligheidsraad is door vetorechten volledig verlamd, is er geen natuurlijke rem op de escalatie.

Overleven in de nieuwe realiteit
Het is een bittere pil om te slikken, vooral voor samenlevingen die zijn opgegroeid met het idee dat rechtvaardigheid en diplomatie altijd winnen van brute kracht. Maar idealisme is een luxe geworden die we ons momenteel moeilijk kunnen veroorloven. De schoolbel gaat voorlopig niet rinkelen. Het internationale recht is geen schild meer, maar hooguit een stuk papier waarmee overwinnaars hun daden achteraf rechtvaardigen. In een wereld waar de sterksten de regels dicteren, is het voor de rest een kwestie van keiharde realpolitik, sterke allianties smeden en zorgen dat je zelf geen makkelijk doelwit bent.

Hoe ontsnappen we aan deze chaos?
Als we accepteren dat de leraar voorlopig niet terugkomt, is de enige realistische oplossing dat de grote groep “gemiddelde” leerlingen de handen ineen slaat. Voor een continent als Europa betekent dit de snelle en pijnlijke overstap naar strategische autonomie. We kunnen niet langer leunen op de spierballen van de oude baas (de VS) voor onze veiligheid, noch op de fabrieken van de uitdager (China) voor onze spullen. Europa en andere middle powers moeten massaal en gezamenlijk investeren in een geloofwaardige eigen defensie-industrie, technologische onafhankelijkheid en het veiligstellen van kritieke grondstoffen. Alleen door een hecht, onafhankelijk blok te vormen dat simpelweg te sterk en te duur is om te pesten, creëer je je eigen veiligheid. Geloofwaardige afschrikking vervangt dan het falende toezicht.